Doorgaan naar hoofdcontent

Geld voor vleespromotie: hoe kan het in deze tijden?

Terwijl er over vegetarisme as such nog kan gediscussieerd worden, staat één ding buiten kijf: de huidige vleesproductie en -consumptie in westerse landen is nefast voor de gezondheid, het milieu en het dierenwelzijn. En toch blijft de VRT promotiespotjes voor vlees verkopen als "mededeling van openbaar nut". En toch blijft Europa geld stoppen in promotiecampagnes voor vlees. VILT berichtte over een paar nieuwe aanbestedingen van Europees subsidiegeld: 280.000 euro voor verwerkte groenten (in blik, bokaal, of diepvries, ahem), 570.000 euro voor de aardappel (tegenover onder andere rijst, ahem) en niet minder dan... 1,9 miljoen euro voor de promotie van "kwaliteitsvlees". We lezen:

De slogan van de nieuwe campagne luidt 'Meritus. Certus. BCV. Uw garantie op vlees van topkwaliteit.'. De boodschap is dat kwaliteitssystemen voor vlees van topkwaliteit zorgen en op elk niveau streng gecontroleerd worden. VLAM wil het vertrouwen in de vleesproductie naar 60 procent opkrikken en een grotere voorkeur creëren voor kwaliteitsvlees.

Kwaliteit is zo vaak een loos begrip, en ook hier is dat het geval. Jazeker, het ene vlees is het andere niet, noch qua voedselveiligheid, noch qua smaak, noch qua dierenwelzijn, enzovoort. Maar schermen met termen als "topkwaliteit" doet hoegenaamd niets aan de schadelijke gezondheids- of milieuimpact van vlees. Moeten we hier geloven dat het de bedoeling is om consumenten te laten kiezen voor kwaliteitsvlees en zo misschien "minder maar beter vlees" te laten kopen en eten? De labels "kwaliteit", evenals "meritus" en "certus" zijn niet meer of minder dan handige instrumentjes om generieke reclame voor vlees te maken, en de biefstuk, kippebil of varkenskotelet te behoeden voor het verder tanen van hun imago.

Ongetwijfeld zullen de door Europa gesponsorde spotjes alweer verkocht worden als mededeling van openbaar nut op de VRT. De evidente vraag die zich stelt is natuurlijk: wiens nut? Niet dat van de consument (die er al teveel eet). Niet dat van onze planeet (die zweet onder de huidige vleesproductie). Niet dat van de mensen in het zuiden (waar de globale groei van de vleesproductie het voedselprobleem enkel groter maakt). En al zeker niet het nut van de 60 miljard dieren die ervoor gedood worden.
Blijft over: het nut van de producenten en de economie, dat altijd het laatste woord krijgt.
Voorlopig nog. Want de toekomst is plantaardig.

(Zie ook: een interessant document over Europese subsidies voor dierlijke voedingsproducten van ex-MEP Jens Holm)

Reacties

  1. Ik erger me ook enorm aan die spots over 'kwaliteitsvlees' op de openbare omroep. Ik word er zelfs steeds weer een beetje onwel van.

    Dan heb ik het vooral over de foutieve connotatie die aan deze 'keurmerken' wordt meegegeven. Onwetende consumenten gaan geloven dat hun karbonaadjes wel een heel goed leven geleid hebben, wanneer hij een tekenfilmvarken ziet kreunen van genot bij een heerlijke massage.

    En dat terwijl die labels toch vooral gericht zijn op vleeskwaliteit (smaak, textuur, microbieel en (bio)chemisch profiel, controle over de ganse keten...) en in veel mindere mate op dierenwelzijn (dat kleine beetje meer ruimte dat de dieren krijgen brengt slechts weinig extra levenskwaliteit mee). Puur consumentenbedrog, als je het mij vraagt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Erger nog vond ik de subliminale reclame van "Van Vlees en Bloed". Ook gesponsord door de vleesindustrie als ik me niet vergis.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. De gesubsidieerde reclames voor de vleesindustrie storen mij ook. Maar wie precies geeft VILT nu de toestemming en het geld hiervoor? En kunnen we er iets aan doen?

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren