zondag 10 mei 2009

Vlees en vrijheid

De stad Gent wordt de eerste stad ter wereld met een officiële wekelijkse veggiedag. Gent werkte dit initiatief uit – in samenwerking met de vegetarische organisatie EVA vzw – om zo als stad bij te dragen aan een betere gezondheid, zowel van de burger als van de planeet. De campagne wordt ook in het stedelijk onderwijs gevoerd: vanaf het najaar zal op donderdag de vegetarische schotel standaard zijn. Dat wil niet zeggen dat wie absoluut vlees wil eten, dat niet zou kunnen. Iets afdwingen of opleggen is niet de bedoeling. Stimuleren en enthousiasmeren des te meer.

Toch blokten de Gentenaar en Het Nieuwsblad op 8 mei op de voorpagina: ‘Gentse scholen verplichten vegetarische maaltijd’. Op de websites van De Standaard en Het Laatste Nieuws lezen we heftige defensieve reacties van lezers. Volgens Kristof Simoens in Het Nieuwsblad wordt deze maatregel ‘eenzijdig opgelegd’. Daar bedankt hij voor, terwijl hij – en dat siert hem – blijk geeft op de hoogte te zijn van de problemen die gepaard gaan met overmatige vleesconsumptie. Hij vindt het ook de wereld op zijn kop, omdat er maar een paar procent vegetariërs zijn. Maar het hele punt is net om mensen te stimuleren af en toe vegetarisch te eten.

Merkwaardig toch, met welke hevigheid en irrationaliteit mensen hun biefstuk verdedigen. ‘Zelfs één dagje in de week vlees weglaten is taboe. Ondanks de duidelijk voordelen voor het milieu, de gezondheid en het dierenwelzijn. Een reactie op De Standaard website kan dienen ter illustratie: “Ik heb geen traditie van vegetarisch eten, wil het ook niet hebben en zal het mijn kinderen ook niet aanleren. Ik ben omnivoor en zal het zo houden : dagelijks vlees en groenten. Het is een leuk weetje dat een mens blijkbaar ook zonder vlees KAN leven, maar ram het alstublieft niet door mijn strot. Minstens de keuze laten zou nog het beste zijn.”

Het is erg ironisch dat men de vrijheid van keuze inroept net wanneer er wordt gepoogd om de burger informatie te verschaffen waarmee hij juist een bewuste keuze kan maken. Want we hoeven ons weinig illusies te maken: de gemiddelde consument kiest niet wat hij eet. Hij eet wat zijn ouders en grootouders aten. Hij eet wat de industrie zo goedkoop mogelijk produceert. Hij eet wat de reclame op hem afvuurt. Hij eet wat in de supermarkt wordt afgeprijsd. En terwijl hij zo constant bezig is om geen eigen keuzes te maken, steigert hij wanneer een overheid eindelijk zo moedig is om hem munitie te geven om eens bewust te kiezen.