vrijdag 10 februari 2012

Potvis Theofiel

Wat moeten we aanvangen met een gestrande potvis? In het geval van het in Heist aangespoelde dier besloot men er elektriciteit van te maken. Het vet van de potvis zou veertien families een jaar lang van stroom kunnen voorzien .

Klinkt op het eerste gezicht wel goed: zoals we oude petflessen kunnen recycleren om er truien en weet ik veel wat van te maken, kunnen we uit dierlijk weefsel energie opwekken die ons kan warm houden, onze elektrische apparaten kan aandrijven, enzovoort. Wel besteed. Ashes to ashes, cradle to cradle.

En toch heb ik mijn bedenkingen, en houd ik er een beetje een wrang gevoel aan over. Amerikaanse conservatieven zouden zeggen: “is niets dan nog heilig?”. Ik wil het zover niet drijven, maar toch even doordenken.

Zouden we het met mensen doen? Een krantenkop als “Electrawinds haalt groene stroom uit mensen” zou tot een regeringscrisis kunnen leiden (aangenomen dat het niet gaat om het opwekken van stroom via beweging of zo). Ongetwijfeld zouden velen – die zich rekenen onder de vrijzinnige kant van de samenleving, wellicht - verdedigen dat we ook menselijke kadavers kunnen gebruiken voor het opwekken van stroom. En ik ben het niet noodzakelijk oneens daarmee. Ik ben er eigenlijk niet uit, en de opinie dat we ook lijken, in deze tijden van schaarste, maar goed kunnen benutten, staat voor mij op gelijke voet met de opvatting dat we de doden met rust moeten laten.

Dus geen uitgesproken mening daarover van mijn kant. Maar wel over het feit dat we dit zonder blikken of blozen doen bij een dier, terwijl er in het geval van mensen ongetwijfeld een enorm maatschappelijk debat aan vooraf zou gaan, jarenlang. Uiteraard is energie opwekken uit een dode potvis niet méér laakbaar dan het kweken van dieren (in doorgaans miserabele omstandigheden) om vervolgens hun stoffelijke overschot op te eten (iets wat we, eigenaardig genoeg dan weer net niet doen met dieren die van nature gestorven zijn). Maar hier gaat het om een dier dat we normaalgezien niet eten, dat eerder een curiosum is, een dier waar we gewoonlijk respect voor hebben (in tegenstelling tot de 250 miljoen koeien, varkens en pluimvee in ons land). De “commodificatie” van zijn of haar stoffelijk overschot heeft dus meer kans om ons op een of andere manier te raken.

Zij die het niet zien zitten met mensen maar wel met potvissen of andere dieren, mogen me zeker eens uitleggen wat de moreel relevante redenen voor dat onderscheid precies zijn. In elk geval neem ik aan dat, als we het ooit menselijke kadavers zouden gaan recycleren, we daarbij een zekere waardigheid in acht zouden nemen. Er zou respect zijn. Bij de uitvaart zouden we kunnen vertellen dat het lichaam van Jan Jansen (ik had de reflex om Bart De Wever de schrijven, maar zijn lichaam wordt in dit opzicht hoe langer hoe minder interessant) zal gebruikt worden om warmte te creëren. Het zal dienen om minder begoeden van energie te voorzien, enzovoort. Kortom, we zouden er een verhaal aan verbinden. En mij goed.

Maar niets van dat alles voor de potvis, die we, zoals alle dieren, alleen maar instrumenteel bekijken. “Potvis Theofiel zal zijn nut bewijzen,” kopt De Standaard. Verder dan dieren als nut zien geraken we niet. Geen gedachte gaat naar de strijd van Theofiel, die alleen en in paniek aanspoelt op een strand dat hij nog nooit gezien had, een lange doodstrijd leverde, onder het oog van wat nieuwsgierigen in stukken wordt gesneden, en uiteindelijk wat kachels doet branden. En het meest jammere voor ocharme wij mensen: als er toch even iemand stilstaat bij zijn heengaan, krijgt hij naar zijn hoofd dat dat, te midden van al het menselijke lijden, ongepast is, en zal hij als sentimenteel worden versleten.

Laat ze maar zeggen.

Rust zacht, potvis Theofiel. Hopelijk heeft je dood een paar mensen een beetje warmer kunnen maken.