zondag 26 februari 2012

In de natuur eten de dieren elkaar toch ook op?

“Red in tooth and claw,” zo luidt Tennysons beroemde omschrijving van “de natuur”. Er is iets voor te zeggen: de natuur kan wreed zijn. Zelf kan ik moeilijk kijken naar taferelen van leeuwen die antilopes verscheuren of krokodillen die een jonge gnoe in het water trekken. Het mag de natuur zijn, het mag “natuurlijk” zijn, maar ik vind het gruwelijk. Denk er even over na: levend verscheurd en opgegeten worden. Het moet je maar eens overkomen. Moeilijk om ons voor te stellen. Denken aan haaien, kannibalen of mensetende aliens kan helpen om de verbeelding te stimuleren. Vreselijk. Als er oerangst is, dan gaat die daarover. Opgegeten worden. Als er een schepper is, dan heeft ie het hier verdomd lelijk in elkaar gestoken.

Laat het nu net die gruwel zijn, hoe natuurlijk ook, die we zo vaak horen als argument om het eten van vlees te rechtvaardigen: in de natuur eten de dieren elkaar ook op.
Kan best ja. Maar bekijk het even anders: de mens, die aan de top van de voedselketen staat, is de enige diersoort die dusdanig is geëvolueerd dat hij hierin een bewuste keuze kan maken. Nooit eerder in de geschiedenis van onze planeet heeft (voor zover we weten) een diersoort gezegd: “dit ga ik nu eens niet opeten, omdat ik denk dat het beter is om dat niet te doen. Niet voor mezelf, maar voor dat dier.”
Wat voor een unieke opportuniteit ligt hier: los te geraken van die “natuurlijke” gruwel - want jawel, gruwel is het, hoe je het ook draait of keert - en ons erbuiten of erboven te plaatsen. Mag dat dan? Nee, het moet, willen we mens zijn.

Al duizenden jaren filosoferen we over wat goed is om te doen en wat niet goed is om te doen. Over hoe ethiek te rechtvaardigen, met of zonder god. We menen het antwoord nog niet gevonden te hebben, maar ik durf te zeggen dat we diep (of minder diep) in ons allemaal het vermogen hebben om goed van kwaad te onderscheiden. Zonder ethische systemen, zonder becijferingen, zonder de hulp van de Geschiedenis van de Westerse Filosofie of Peter Singer. En wat mij betreft is één ding duidelijk: het al dan niet moreel handelen heeft op een of andere manier iets te maken met de keuzes die we hebben, met hoe we *kunnen* handelen. Een dier heeft voor zover we weten geen keuze. Een baby of jong kind ook niet. Een zwakzinnige ook niet. Ze kunnen moeilijk immorele daden stellen. Wij, volwassen en normaal functionerende mensen, kunnen het wel.

Als er iets immoreel is, dan is het het niet gebruiken van ons moreel apparaat.
Als er iets is wat de mens van het dier moet onderscheiden, dan is het zijn vermogen tot moreel denken en handelen, tot empathie en compassie.
Als er iets is om trots op te zijn als mens, dan is het dat.