dinsdag 2 juni 2009

Politiek

In een interview met mij dat vandaag in De Standaard stond zeg ik dat ik geen enkel probleem kan dat door de politiek zo gebagatelliseerd wordt als de hoge vleesconsumptie (geen enkel belangrijk probleem moest dat zijn, maar soit). In vergelijking met de impact van de hoge vleesconsumptie (volksgezondheid! dierenwelzijn! wereldvoedselproblematiek! klimaat!) is de aandacht die deze kwestie krijgt vanuit de overheid erg miniem. Het wordt steeds duidelijker hoe de overheid soms misschien wel wil maar niet kan. Dat ervoer ik anderhalf jaar geleden al bij een onderhoud met het kabinet van minister Magnette: 'we zijn erg geinteresseerd in het onderwerp vleesconsumptie, maar het ligt heel gevoelig: de landbouwsector en de grootdistributie werken tegen.'
Idem vandaag bij een bezoek aan het kabinet Onkelinx. We zaten aan tafel met een advisieur rond gezondheid en een adviseur rond duurzaamheid en dierenwelzijn. Op onze argumenten hadden ze niet veel aan te merken: dat hoge vleesconsumptie een belangrijke risicofactor was voor de belangrijkste welvaartziekten, een van de grootste oorzaken is van de hedendaagse milieuproblemen, en niet echt bevorderlijk is voor dierenwelzijn. Ze zeiden het niet in zoveel woorden, maar het klonk alsof er gewoon politiek niets mogelijk was. Een heel moeilijk thema! zo luidde het. Dus weer hetzelfde: om niemand voor het hoofd te stoten, om geen economische schade toe te brengen, de werkloosheid niet te verhogen... mogen we niets doen aan bepaalde problemen, hoe ernstig ze ook zijn. Korte termijndenken heet dat. Ik vrees, zo zei een van de kabinetsmedewerkers, dat de overheid andere dingen belangrijker vindt, zoals de economische-financiele crisis. Op mijn antwoord dat volgens een Nederlands onderzoek vleesvermindering tot 20 biljoen euro (bil-joen, jawel) klimaatkosten zou kunnen uitsparen kreeg ik "da's veel" te horen.

Op de duur zou je beginnen te denken dat je spoken ziet. Misschien heb ik een B12 tekort van te weinig vlees te eten?