dinsdag 5 mei 2009

Varkensgriep en de intensieve veeteelt

Op 30 april berichtte het persagentschap Reuters dat de Wereldgezondheidsorganisatie ‘onder druk van producenten in de vleesindustrie en bezorgde overheden’ voortaan naar het varkensgriepvirus zou verwijzen met de term ‘influenza A’ (H1N1) in de plaats van ‘varkensgriep’. De media gebruiken ondertussen meer en meer de term ‘Mexicaanse griep’. De varkensgriep, zo wordt ons verteld, heeft niets van doen met varkens, dus laat ons de griep ‘Mexicaanse griep’ noemen, naar de plaats van ontstaan. De vleesindustrie vreest uiteraard voor een negatieve impact op de verkoopcijfers van varkensvlees en haalde haar slag binnen. ‘De varkensgriepcrisis toont duidelijk de monsterlijke macht aan van de vleesindustrie,’ aldus professor Mike Davis onlangs in The Guardian.

Ook al werd het virus nog niet aangetroffen in varkens, toch blijkt als maar duidelijker dat de huidige variant zijn oorsprong vindt bij deze dieren. Het type virus waarover we spreken (een hybride van de varkens-, vogel- en mensengriep) stak voor het eerst de kop op in 1998 in een ‘dierenfabriek’ in North Carolina (VS) – de streek met de hoogste varkensdichtheid ter wereld. Volgens Robert Webster, één van ’s werelds experten op het gebied van griepvirussen, was dit virus de voorloper van het huidige varkensgriepvirus.
Ondertussen wordt vermoed dat de eerste geïnfecteerde met het huidige varkensgriepvirus een jongen is uit het Mexicaanse stadje La Gloria, waar de inwoners al jaren strijden tegen een Amerikaanse varkensfabriek. Volgens hen zijn hun ademhalingsproblemen te wijten aan de varkensmest die deze produceert.

Al in 2005 waarschuwde het UNEP (het milieuprogramma van de Verenigde Naties) dat dierenfabrieken de ‘ideale omstandigheden bieden voor het virus om te muteren in een gevaarlijker vorm’. Op varkensbedrijven heeft een virus een pool van duizenden dieren ter beschikking, die elkaar constant infecteren en herinfecteren. Voor wie denkt dat het hier enkel om Amerikaanse toestanden gaat: in België komt 70% van de varkens op bedrijven van meer dan 750 dieren. Een derde komt zelfs van bedrijven van meer dan 2000 varkens.
Bovendien hebben de dieren in de intensieve veeteelt doorgaans een verzwakt immuunsysteem door stress en gebrek aan zonlicht (de antibiotica die ze toegediend krijgen en die in ons leefmilieu belanden, vormen een probleem op zich). Voeg daaraan toe de lange afstandstransporten van dicht op elkaar gepakte dieren, en je hebt een hoop risicofactoren bij elkaar. Geen wonder dat een wetenschapper voor de Europese commissie onlangs de evolutie naar nog intensievere veehouderij in Europa een ‘recipe for distaster’ noemde.

Intensieve veeteelt is een gevaar voor de publieke gezondheid en voor de gezondheid van onze planeet. Ze bestaat alleen door onze collectieve honger naar goedkoop vlees, en door de geldhonger van sommigen. Als er door het uitbreken van de varkensgriep dus minder vlees gegeten wordt, dan is dat voor het algemeen belang het beste wat er kan gebeuren. Als we het virus willen noemen naar zijn plaats van ontstaan, en als duidelijk zou blijken dat de intensieve varkenskweek aan de basis ligt van de griep, dan noemen we voortaan maar spreken van… de varkenskwekerijgriep. Kwestie van de dingen duidelijk te stellen.