Doorgaan naar hoofdcontent

Varkensgriep en de intensieve veeteelt

Op 30 april berichtte het persagentschap Reuters dat de Wereldgezondheidsorganisatie ‘onder druk van producenten in de vleesindustrie en bezorgde overheden’ voortaan naar het varkensgriepvirus zou verwijzen met de term ‘influenza A’ (H1N1) in de plaats van ‘varkensgriep’. De media gebruiken ondertussen meer en meer de term ‘Mexicaanse griep’. De varkensgriep, zo wordt ons verteld, heeft niets van doen met varkens, dus laat ons de griep ‘Mexicaanse griep’ noemen, naar de plaats van ontstaan. De vleesindustrie vreest uiteraard voor een negatieve impact op de verkoopcijfers van varkensvlees en haalde haar slag binnen. ‘De varkensgriepcrisis toont duidelijk de monsterlijke macht aan van de vleesindustrie,’ aldus professor Mike Davis onlangs in The Guardian.

Ook al werd het virus nog niet aangetroffen in varkens, toch blijkt als maar duidelijker dat de huidige variant zijn oorsprong vindt bij deze dieren. Het type virus waarover we spreken (een hybride van de varkens-, vogel- en mensengriep) stak voor het eerst de kop op in 1998 in een ‘dierenfabriek’ in North Carolina (VS) – de streek met de hoogste varkensdichtheid ter wereld. Volgens Robert Webster, één van ’s werelds experten op het gebied van griepvirussen, was dit virus de voorloper van het huidige varkensgriepvirus.
Ondertussen wordt vermoed dat de eerste geïnfecteerde met het huidige varkensgriepvirus een jongen is uit het Mexicaanse stadje La Gloria, waar de inwoners al jaren strijden tegen een Amerikaanse varkensfabriek. Volgens hen zijn hun ademhalingsproblemen te wijten aan de varkensmest die deze produceert.

Al in 2005 waarschuwde het UNEP (het milieuprogramma van de Verenigde Naties) dat dierenfabrieken de ‘ideale omstandigheden bieden voor het virus om te muteren in een gevaarlijker vorm’. Op varkensbedrijven heeft een virus een pool van duizenden dieren ter beschikking, die elkaar constant infecteren en herinfecteren. Voor wie denkt dat het hier enkel om Amerikaanse toestanden gaat: in België komt 70% van de varkens op bedrijven van meer dan 750 dieren. Een derde komt zelfs van bedrijven van meer dan 2000 varkens.
Bovendien hebben de dieren in de intensieve veeteelt doorgaans een verzwakt immuunsysteem door stress en gebrek aan zonlicht (de antibiotica die ze toegediend krijgen en die in ons leefmilieu belanden, vormen een probleem op zich). Voeg daaraan toe de lange afstandstransporten van dicht op elkaar gepakte dieren, en je hebt een hoop risicofactoren bij elkaar. Geen wonder dat een wetenschapper voor de Europese commissie onlangs de evolutie naar nog intensievere veehouderij in Europa een ‘recipe for distaster’ noemde.

Intensieve veeteelt is een gevaar voor de publieke gezondheid en voor de gezondheid van onze planeet. Ze bestaat alleen door onze collectieve honger naar goedkoop vlees, en door de geldhonger van sommigen. Als er door het uitbreken van de varkensgriep dus minder vlees gegeten wordt, dan is dat voor het algemeen belang het beste wat er kan gebeuren. Als we het virus willen noemen naar zijn plaats van ontstaan, en als duidelijk zou blijken dat de intensieve varkenskweek aan de basis ligt van de griep, dan noemen we voortaan maar spreken van… de varkenskwekerijgriep. Kwestie van de dingen duidelijk te stellen.

Reacties

  1. Als het FAVV (en het Interministerieel Commisariaat Influenza) meldt dat deze griep geen varkensgriep is, dan stel ik me de vraag waar dit artikel op slaat en in welke zin het ons dan precies meerwaarde biedt.

    Het gaat om een genetische hercombinatie van het menselijke influenzavirus met het aviaire en het varkensvirus. Dit virus werd tot op heden nooit geïsoleerd bij het varken. Om te stellen dat deze variant dus te wijten is aan intensieve veehouderijen, getuigt van weinig inzicht in causale verbanden. Het lijkt erop dat er een stok gezocht wordt om mee te slaan.

    Praktisch alle virussen zijn gemuteerde varianten uit dierenvirussen. Dus daarover moeten we al niet te geshockeerd doen. Wikipedia vertelt ons zelfs dat vogels het natuurlijke "reservoir" zijn voor influenza a, en worden als de bron beschouwd voor alle andere influenza a's in alle andere dieren. Laten we dus niet te snel conclusies trekken over hoe en waar de besmetting/verspreiding gebeurt. Intensieve veehouderijen zien er misschien wel eng uit, maar we moeten niet overdrijven in het toedichten van dit soort gevolgen.

    Vermelden dat antibiotica een probleem op zich zijn mbt. de veehouderij, voegt ook weinig toe aan het verhaal, aangezien antibiotica en virussen op zich niks met elkaar te maken hebben.

    Dit soort virusmutatie kon overal gebeurd zijn, want dat is nu eenmaal wat virussen doen. Het is gewoon een wisselwerking van quasi-epidemische opflakkeringen en latente toestanden / geïsoleerde gevallen. Toepasselijk voorbeeld is grieppandemie, die in intervallen van 10 à 40 jaar tussentijd uitbreken op wereldschaal.

    Misschien moet ik ook maar een artikel schrijven:

    "Mexicaanse griep en oude sokken."

    [voeg een heleboel moraliserende praat in]

    [sluit af met disclaimer]: Als we het virus willen noemen naar zijn plaats van ontstaan, en als duidelijk zou blijken dat oude sokken aan de basis liggen van de griep, dan noemen we voortaan maar spreken van… de sokkengriep. Kwestie van de dingen duidelijk te stellen.

    Straks gebruikt iemand de oorspronkelijke tekst in zijn huiswerk om er een betoog over te maken en krijgt hij 0/10. Zou dat niet jammer zijn? ;)

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren