Doorgaan naar hoofdcontent

over duurzame landbouw en de wereldbevolking voeden

Gisteren was ik (als toeschouwer) op een debat over duurzame landbouw in het provinciehuis van West-Vlaanderen. Present waren Dirk Lips (voorzitter VILT, ondervoorzitter Raad voor Dierenwelzijn), Bart Staes (Europees parlementslid voor Groen), Peter Van Bossuyt (Boerenbond) en Dirk Barrez (publicist en auteur van boek en video Koe nummer 80 heeft een probleem).
Het werd een interessant debat. De panelleden werd gevraagd te reageren op een aantal stellingen. Eentje daarvan luidde: het Europese subsidiebeleid leidt tot overproductie, die lokale markten in andere delen van de wereld ontwricht. De (grotendeels gedeelde) mening van de specialisten was verhelderend. Ten eerste zouden er nog nauwelijks overschotten zijn (melkplassen of boterbergen bijvoorbeeld). Ten tweede zijn die Europese landbouwsubsidies niet zo enorm als de meeste mensen wel denken en de anti-subsidielobby ons wil doen geloven. De landbouwsubsidies vormen wel een fiks aandeel in de Europese begroting, maar daarbij moet vermeld worden dat landbouw enkel en alleen op Europees niveau wordt gesubsidieerd (terwijl andere domeinen - ik zeg maar wat: kunst) op verschillende niveau's (gemeentelijk, provinciaal, federaal...) niveau gesubsidieerd worden). Als je de subsidietoelage voor landbouw vergelijkt met het Europese BNP, kom je aan minder dan 1 procent. Bezwaarlijk massaal te noemen dus.

Bart Staes deed goed zijn best om het vleesthema aan te kaarten. Als hij dacht dat de organisatoren het niet ter sprake wilden brengen, was ie verkeerd, want een van de volgende stellingen ging over een vleesloze dag in de week - onze Donderdag Veggiedagcampagne zeg maar. Iedereen was het eens dat zo'n dag een goede zaak was voor het klimaat. Zelfs de Boerenbond-vertegenwoordiger in het panel gaf toe dat - terwijl men dat vroeger nooit had durven zeggen - we vandaag teveel vlees eten. Daarbij voegde hij er wel de eeuwige dooddoener aan toe: dat er in vlees waardevolle voedingsstoffen zitten en dat je deze via vlees veel makkelijker binnenkrijgt dan via een plantaardig voedingspatroon. Sure, maar ten eerste ging het hier niet over een plantaardig voedingspatroon maar over 1 veggiedag per week. Ten tweede krijg je via vlees ook heel wat ongezonde zaken binnen (verzadigde vetten, cholesterol, overvloed aan dierlijke eiwitten...) die je niet in plantaardig voedsel vindt. En ten derde krijg je die nutrienten ook binnen als je 100% vegetarisch of veganistisch eet (met B12 als uitzondering). Ik doe dat toch al zo'n 11 jaar ondertussen.

Dirk Lips bracht tegen minder vlees eten in dat ongeveer 60% van alle landbouwgrond ter wereld enkel gevaloriseerd kan worden via dierlijke productie. Vraag is voor hoeveel procent van de vleesproductie dergelijke gronden instaan. Bovendien zou de grond die nu gevaloriseerd wordt via dierlijke productie maar die wel geschikt is voor de teelt van gewassen, in dat laatste geval méér opbrengen in termen van calorieen of eiwitten, waardoor er wel winst zou zijn. Vermindering van vleesconsumptie zou heel wat landareaal kunnen vrijmaken. Definitieve cijfers en antwoorden zijn over dit onderwerp niet makkelijk te vinden, maar dat we de wereld niet zou kunnen voeden zonder dierlijke productie lijkt me de zaken op zijn kop zetten. Waar Lips misschien wel gelijk in heeft is dat wanneer we op dit moment plotsklaps geen vlees meer zouden hebben, er voedsel te weinig is voor de wereldbevolking. Maar dat is natuurlijk een irrealistisch scenario.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren