vrijdag 20 maart 2009

De vleesindustrie over de toekomst

Dat de toekomst plantaardig is, weet de vleesindustrie natuurlijk zelf nog niet. Maar wat denken zij wél over de vleeshandel in 2009? Volgens een artikel in VILT is het momenteel onzekerheid troef. Enerzijds stijgt de vleesconsumptie door de groeiende wereldbevolking en welvaart (er wordt zelfs een verdubbeling verwacht tegen 2050). Anderzijds is de crisis tegelijkertijd ook een rem. Sinds najaar 2008 gaat het steil bergaf, zo schrijft VILT. Lager vleesverbruik in Rusland betekent een daling voor de exporterende landen en de euro staat sterk, wat export naar landen waar de munt zwakker staat niet vergemakkelijkt.
Daarnaast worden andere factoren genoemd: de stijgende kosten voor voeder- en voedingsgewassen (door de opmars van biobrandstof), het rammelende ggo-beleid in Europa en nieuwe maatregelen op het vlak van dierenwelzijn bedreigen de kostenstructuur. Onder deze laatste horen vooral het transport van levende dieren, de onverdoofde biggencastratie en het lijden tijdens de slacht.

Op een of andere mooie dag zal de dierlijke productiesector zich ook wel eens realiseren dat het allemaal niet kan doorgaan zoals het nu verloopt. Er zijn grote veranderingen op til. Indien het niet voor morgen is, dan is het voor overmorgen. In plaats van de problemen grotendeels te blijven ontkennen en halsstarrig vast te houden aan groei en winst als ongeveer het enige streven, zou de vleesindustrie er goed aan doen de problemen degelijk te onderzoeken en de toekomst tegemoet te gaan met openheid. Zoals Electrabel niet langer à volonté promotie kan maken voor eindeloos energiegebruik door de consument, zo zal ooit ook de vleessector serieuze tegemoetkomingen moeten doen om haar eigen problemen in te dijken.
Met haar medewerking kan het een zo zacht mogelijke (r)evolutie worden.