Doorgaan naar hoofdcontent

Het onverdoofd geslacht koninginnenhapje

Dit stuk verscheen in De Standaard van 12/6/17

Elk jaar worden tien miljoen kippen geslacht terwijl ze onvoldoende verdoofd zijn. De minister kent het probleem al van begin 2016. Waarop wacht hij om maatregelen te nemen, vraagt Tobias Leenaert zich af.

Wordt uw hond straks ook een ­wezen met gevoelens? Dat was vorige week de met opzet bevreemdende ­titel van een artikel in deze krant (DS 9 juni) . Het stuk ging over een mogelijke grondwetsherziening om de status van dieren aan te passen. Momenteel zijn dieren juridisch gezien voorwerpen, maar hopelijk krijgen ze in de toekomst de status van ­gevoelige wezens, met een bewustzijn.
Dat bewustzijn is niet altijd en overal een voordeel, mag blijken uit ander nieuws. Jaarlijks worden in België tien miljoen kippen gedood terwijl ze nog bewust zijn, dat is vijf procent van alle gedode kippen (DS 10 juni). Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om rituele onverdoofde slachting, maar gewoon om inefficiënte verdoving. Kippen worden in de meeste slachthuizen verdoofd door hen onder te dompelen in een waterbad dat onder stroom staat. In België is de stroomsterkte lager dan wat Europa voorschrijft. Die overtreding gebeurt, jawel, in volle bewustzijn: de sector doet het omdat het risico op beschadiging van de karkassen op die manier kleiner is. Een hogere stroomsterkte, en dus meer consistente verdoving, zou een lager rendement betekenen.

Een kip is wellicht wat minder intelligent dan onze hond of kat, maar ook kippen zijn dieren die kunnen voelen. Beeld je in dat je zo’n dier, opgehangen aan de poten, in een elektrisch bad onderdompelt, dat het daar maar half verdoofd uitkomt, en vervolgens onder het mes gaat. Wanneer het dier spartelt of de kop wegtrekt, kan het zijn dat de hals niet volledig doorgesneden wordt en de doodstrijd dus nog langer duurt. Vermenigvuldig dit scenario met 27.000 om een idee te hebben wat er elke dag – alleen met slecht verdoofde kippen – in Belgische slachthuizen gebeurt.

Minimum minimorum

Een wereld waarin dieren eten tot het verleden behoort, komt er wel
Minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA), die zich – het moet gezegd – al verdienstelijk heeft gemaakt voor dieren, wacht op de resultaten van een onderzoek om in te grijpen. Dat onderzoek moet afgerond zijn in 2018. Het probleem is ­begin 2016 aan de minister gesignaleerd. Tegen het moment dat een mogelijk alternatief wordt geïmplementeerd, zullen vele tientallen miljoenen kippen op een ellendige manier aan hun eind gekomen zijn.

Niet alleen de sector en Ben Weyts, maar ieder van ons is zich ­ondertussen bewust van het leed dat dieren in de veeteelt, inclusief de slachthuizen, ondergaan. De beste manier om dat leed te vermijden, is gewoon: niet slachten. Een wereld waarin het eten van dieren tot het verleden behoort, komt er wel. Maar zolang we daar niet zijn, is het minimum minimorum dat we dieren op een zo zachtaardig mogelijke manier het leven ontnemen. Voor een ietwat beschaafde samenleving moet dat een prioriteit zijn, en mag dat kosten wat het wil.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Open brief aan Axl Peleman

Beste Axl, Lang geleden, in 2004, hebben wij nog samengewerkt: je toen nog vegetarische hoofd prijkte - inclusief konijnentandjes - op een affiche voor ons vegetarische evenement V-day. Je was toen de enige echt overtuigde veggie BV. En ik bedoel wel degelijk écht overtuigd: in Humo liet je ooit eens noteren dat je een broodje waar vlees op gelegen had net zo min zou aanraken als een broodje dat met stront in contact geweest was. Vlees is stront, zo zei je toen. Ook in het interview dat ik destijds van je afnam, kwam je heel overtuigd over. Ondertussen ben je al lang geen vegetariër meer. We lazen dat vorige week nog eens in de krant (GVA, 6/6/2011): Vegetarisch eten bleek er na 15 jaar te veel aan te zijn. Niet genoeg tijd. (...) "Vijftien jaar lang at ik geen vlees. Uit ideologische overwegingen. Maar sinds een jaar of zes heb ik het vegetarisme achter mij gelaten. Het is een gezonde levensstijl als je er veel tijd in steekt. Tijd die ik niet meer had, of er in ieder geval