Doorgaan naar hoofdcontent

Niets is zo onduurzaam als goedkoop

Dit stuk verscheen in De Standaard Avond van 3 april 2014

Vorige zomer, ergens in een vreselijk lelijk shoppingcentrum in Washington DC, bevond ik me in de kledingzaak Forever 21. Ik stond er verveeld wat artikels op mijn smartphone te lezen, terwijl een vriendin van me genoot van haar koopervaring: samen met vele anderen schuimde ze de kledingrekken af, keer op keer verbaasd over de goedkope prijskaartjes. Ondertussen schalde boven onze hoofden de juiste muziek en liepen hippe verkoopsters vriendelijk en behulpzaam te wezen.

Het fenomeen van spotgoedkope en toch trendy kledij bestaat ook bij ons. Naast H&M is het nu nog opzichtiger aanwezig, zo stond vandaag te lezen in deze krant, in de gedaante van de Ierse kledingketen Primark. Voorlopig enkel nog in Luik, maar blijkbaar zijn er succesvolle Facebookgroepen opgericht door jongeren die de winkel ook in andere steden willen zien. Van een hype gesproken.

De vraag waar die goedkope topjes en broeken vandaan komen, en in welke omstandigheden ze geproduceerd worden ligt - tenminste, voor de kritische consument of journalist - voor de hand. Zelfs van veel dure merkkledij is het al twijfelachtig of de productieomstandigheden duurzaam en rechtvaardig zijn. Van een T-shirt van 2 euro weten we bijna zeker dat dat niet het geval kan zijn. Het drama van de ingestorte kledingfabriek in Bangladesh (waar Primark afnemer van is) zit nog vers in ons geheugen. Een medewerkster van een of andere schonekleren-NGO hamert in het artikel op de arbeidsomstandigheden, maar voegt eraan toe dat het kopen van dergelijke producten mensen uit armere landen kan helpen in hun levensonderhoud. Het is wellicht een argument dat al te snel door shoppende jongeren als excuus wordt gehanteerd: als ik ze niet koop, help ik ook niemand.

Maar dat is zelfs niet de enige manier waarop dergelijke goedkope spullen sociaal rechtvaardig lijken. Iedereen heeft het recht op leuke dingen, en als die zo gefabriceerd kunnen worden dat ze kunnen passen binnen ieders budget, wie kan daar iets tegen hebben?

Het probleem is dat niets zo onduurzaam is als goedkoop. De kans bestaat dat u in de IKEA al spullen gekocht heeft omdat ze zo goedkoop zijn. U had ze misschien niet nodig, u was niet zeker of ze pasten bij uw interieur, of de oude waren eigenlijk nog niet echt versleten, maar ach, voor die paar euro’s kan je ze niet laten liggen. Onderzoek zou aantonen dat 75% van de aankopen in discountkledingzaken als Primark ter plekke gebeurt binnen de drie seconden. Zorgwekkend, lijkt me dat. Natuurlijk kunnen vele producten een pak duurzamer worden geproduceerd dan nu gebeurt, maar geproduceerd moeten ze worden. Een absurd resultaat is dat meer en meer mensen ondertussen extra opslagruimte moeten huren voor de spullen die ze thuis niet meer kwijt kunnen.

Goedkoop klinkt rechtvaardig, maar is vijand nummer één van onze planeet. Iemand die een oplossing heeft voor dit dilemma, mag zich melden. Een verschuiving van de belastingen van arbeid naar consumptie en milieu is een mogelijkheid. Maar ergens blijf ik denken dat de eigenlijke oplossing dichter bij onszelf moet liggen. Misschien in een andere invulling van wat “genoeg” is.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren