Doorgaan naar hoofdcontent

De gril(l) van de mens

Dit artikel verscheen in De Standaard van 30-4-2014

Piet Huysentruyt gooit een kreeft levend op de grill en Vlaanderen kookt van woede om zoveel barbarij op TV. Mensen willen met Piet doen wat hij met de kreeften doet. Ook VIER is de kop van jut. Acteur Pol Goossen schreef dat hij er nooit voor zou willen werken.

De verontwaardiging is groot, zoals dat wel vaker gaat wanneer het om dierenleed in media of cultuur betreft - denk maar aan Jan Fabres katten. Er zijn op zo’n momenten altijd wel een aantal stemmen die zich afvragen waar al de heisa om draait, en of we ons niet beter met menselijk onrecht en onheil zouden bezighouden: de Syrische crisis, de treinramp in Congo, de verkeersdoden of armoede in eigen land, … Kreeften- en andere dierenkwesties verbleken erbij, klink het, en het zou gepaster zijn om onze verontwaardiging te reserveren voor dat mensenleed.

Er zijn echter een aantal zaken die maken dat dierenleed, en vooral dierenmishandeling, erg veel intuïtieve verontwaardiging opwekt. Er is eerst en vooral de weerloosheid van het dier. Van de zeven dieren die een Vlaamse familie neerknalt in vijf dagen in Zuid-Afrika (Terzake vorige week) tot de kreeft op de snijplank van Piet Huysentruyt: de getroffen dieren hebben geen enkel verweer. De onfairheid is wraakroepend. Des temeer omdat dieren letterlijk de vermoorde onschuld zijn.

De dieren hebben ook helemaal niets te maken met de situaties waar ze in belanden. Ze zijn geen consenting adults. Ze worden betrokken in het amusement en entertainment van mensen, zonder dat wij daar vragen bij stellen. We zien hen als gebruiksvoorwerpen waarmee we kunnen doen wat we willen. En dat terwijl we heel goed weten dat ze andere keuzes zouden maken, als ze konden.

Tergend is tenslotte ook dat het gaat om ellende die doorgaans niet algemeen afgekeurd wordt. Van onrecht tegen mensen mag je meestal aannemen dat de meeste fatsoenlijke burgers het tenminste in theorie afkeuren, en dat men er in een of andere mate politiek mee bezig is, dat er geluisterd wordt - ook al kan het allemaal lang duren. Bij dieren is het heel vaak niet zo. De woordvoerder van VIER vond het in zich om te midden van alle heisa te zeggen dat hij het probleem niet ziet en verdedigt onverdedigbare praktijken.

Samengevat, wie empathisch is en die kreeft voor een glunderende Huysentruyt ziet liggen, ziet een machteloos en onschuldig wezen, dat tegen zijn wil betrokken is geraakt in een of andere gril van de mens. Olie op het vuur is het besef dat de kwestie door velen niet serieus genomen wordt.

Voor wie deze verontwaardiging misplaatst vindt en meent dat we onze compassie in de eerste plaats moeten voorbehouden voor mensen: ons mededogen en ons gevoel voor rechtvaardigheid zijn geen eindige reservoirs, die je zorgvuldig en angstvallig moet verdelen over verschillende onderwerpen en doelgroepen. Empathie is een grondhouding, die zich uit naar alle wezens die belangen hebben. Er is geen reden waarom het zou moeten stoppen bij de soortgrens. Empathie voor dieren en mensen zijn bovendien verwant. Kinderen leren empathie op te brengen voor dieren rondom hen, op TV, in kinderboeken. Veel van diezelfde dieren vinden ze ook in de keuken en op hun bord terug. Het is daar en dan dat we hen iets kunnen leren over medeleven. Voor iedereen die voelt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren