Doorgaan naar hoofdcontent

Geld verdienen om het weg te geven

De lonen van topmanagers, bankdirecteurs, politici en anderen zijn tegenwoordig nogal een hot topic. Bonussen, premies en gouden handdrukken zijn al gauw het voorwerp van een redelijk plat-populistisch discours, waarbij termen als "profiteurs" en "zakkenvullers" schering en inslag zijn.
Ik heb zelf ook altijd vragen gehad bij hoe hoog het salaris van vele mensen wel is, maar ik denk dat er interessantere invalshoeken zijn om naar dit thema te kijken dan botweg iedereen die meer verdient dan jezelf te bombarderen tot harteloze egoïsten.

We leven momenteel sowieso in een maatschappij waar inkomensongelijkheid welig tiert - dat is een feit. Je hoort dat dat in dit systeem van vrije markt en vraag en aanbod gewoon niet anders kan. Laat ons dat even in het midden. Waarin ik geïnteresseerd ben is: als er dan toch zoveel verdiend wordt, wat moeten we doen met al dat geld?

Met geld kan je leuke dingen doen, niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de dilemma's die filosoof Peter Singer (zie onder andere The Life you can Save) ons voorschotelt: welke plichten hebben wij tegenover (bijvoorbeeld) mensen die niet eens geld hebben om genoeg te eten, gegeven dat wij voldoende middelen hebben om effectief een verschil te maken voor hen? Singer gebruikt daarbij onder meer de vergelijking tussen een verdrinkend kind redden uit een vijver en een kind redden van de hongerdood in een ver land. Voor hem is er geen verschil, en in beide gevallen hebben we, als we dat kunnen, de morele plicht om te helpen.

Wie meer geld heeft, kan natuurlijk méér helpen. Vandaag stootte ik voor het eerst op het concept "earning to give" op de site 80000hours.org. Daar lees je dat je in een gemiddelde carrière 80.000 uren ter beschikking hebt, die je, als je wil, kan gebruiken om de wereld beter te maken. Een voor de hand liggende keuze voor mensen die daarin geïnteresseerd zijn (en dat zijn er gelukkig meer en meer) is te kiezen voor een job in de non-profit. Maar als jonge persoon kan je ook, van bij je studiekeuze, focussen op een carrière waarin je veel geld zal verdienen, om daar dan goed mee te doen. Je kan er een nieuw wereldverbeterend project mee starten, of je kan het geven aan een organisatie (liefst een efficiënte) met een goed doel . Dat kan allemaal nog tijdens je leven. Zo is The Giving Pledge een initiatief van Bill Gates en Warren Buffet dat miljardairs wil aanzetten om het grootste deel van hun fortuin nog voor hun dood weg te geven aan goede doelen. Het kan natuurlijk ook na je dood. In België zet Testament.be zich in om zoveel mogelijk mensen warm te maken om ten minste een deel van hun bezit na te laten aan een wereldverbeterend project.

Het is allemaal niet zo eenvoudig natuurlijk. Vaak (maar lang niet altijd) zijn goedverdienende functies ook deel van het probleem, en het zogenaamde filantrocapitalisme is niet meer dan de exponent van een maatschappelijke structuur waarbij we ons grote vragen kunnen stellen. En volgens onderzoek maakt geld corrupt, dus op het "rechte pad" blijven kan moeilijker zijn naarmate iemand geld geroken heeft.

Maar sowieso is het hoopgevend te zien dat er steeds meer mooie initiatieven rond geld en geven opduiken. Ik heb dan nog niet eens gesproken over dingen als crowdfunding, alternatieve munten, collaborative consumption, LETS, of organisaties zoals Fairfin die de investeringen van banken nauwlettend in het oog houden, enzovoort. Steeds opnieuw vind ik tussen alle zooi zoveel mooie dingen die vandaag voor 't eerst gebeuren. Ik kan er niet aan doen, sorry, maar ik heb hoop voor de toekomst.

PS: ik voeg hier even het artikel "10 geldvragen aan Tobias Leenaert" aan toe, dat een aantal maanden geleden verscheen in De Tijd.






Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Open brief aan Axl Peleman

Beste Axl, Lang geleden, in 2004, hebben wij nog samengewerkt: je toen nog vegetarische hoofd prijkte - inclusief konijnentandjes - op een affiche voor ons vegetarische evenement V-day. Je was toen de enige echt overtuigde veggie BV. En ik bedoel wel degelijk écht overtuigd: in Humo liet je ooit eens noteren dat je een broodje waar vlees op gelegen had net zo min zou aanraken als een broodje dat met stront in contact geweest was. Vlees is stront, zo zei je toen. Ook in het interview dat ik destijds van je afnam, kwam je heel overtuigd over. Ondertussen ben je al lang geen vegetariër meer. We lazen dat vorige week nog eens in de krant (GVA, 6/6/2011): Vegetarisch eten bleek er na 15 jaar te veel aan te zijn. Niet genoeg tijd. (...) "Vijftien jaar lang at ik geen vlees. Uit ideologische overwegingen. Maar sinds een jaar of zes heb ik het vegetarisme achter mij gelaten. Het is een gezonde levensstijl als je er veel tijd in steekt. Tijd die ik niet meer had, of er in ieder geval