Doorgaan naar hoofdcontent

Superkoks en de gezondheid van de Vlaming

De Vlaming is de laatste tien jaar Bourgondischer gaan leven, zo stond gisteren in De Standaard. Meer mensen dan vroeger gaan akkoord met de stelling “ik eet wat ik graag eet, zonder me zorgen te maken over de gezondheid ervan.” Zoals gesignaleerd in het artikel: dit is een merkwaardig resultaat, want vele onderzoekers en beleidsmakers, alsook de publieke opinie, gaan ervan uit dat we net gezonder eten dan vroeger.

Wim Verbeke van de Universiteit Gent geeft drie mogelijke verklaringen: de crisissen in de vleessector (die de resultaten bij de eerste peiling in 2001 negatief beïnvloedden); het moe worden van gezondheidsboodschappen; en tenslotte het idee dat er niet noodzakelijk een tegenstelling is tussen gezond en lekker.

Ondertussen werd door verschillende commentatoren al de nodige korrel zout (!) toegevoegd aan de onderzoeksresultaten - je kan die conclusie, zo zeggen ze, niet zomaar afleiden uit slechts één nogal suggestief gestelde vraag. Nochtans zouden we ook ergens helemaal niet verbaasd moeten zijn als de Vlaming de afgelopen jaren werkelijk nog meer culinaire bonvivant is geworden. Want een belangrijke factor werd vergeten bij bovenstaande mogelijke verklaringen: wat met de kookhype? De Bekende Koks zijn vandaag supersterren. Ze zijn niet van het scherm weg te branden en zijn het gouden kalf van menige uitgeverij. Het zijn de mensen die hun volk leren koken (en eten). En zo hebben ze ongetwijfeld véél meer invloed op het eetpatroon van de gemiddelde Vlaming dan alle gezondheidsboodschappen, sensibiliseringscampagnes, dokters en diëtisten samen. En terwijl er niets verkeerds is met de geneugten van lekker eten en het aanbevelenswaard is dat we met zijn allen vaker en langer de keuken induiken en dichter bij onze voeding komen te staan, kunnen we niet bepaald zeggen dat er veel nadruk ligt op gezond eten in de recepten van deze superchefs. We herinneren ons levendig hoe Jeroen Meus onlangs via youtube nog op zijn blote poep kreeg wegens zwaar botergebruik. Als zelfs een oma het zegt...

Lekker is vooralsnog vaker synoniem met ongezond. Anders leden niet 1 op 2 Belgen aan overgewicht, en zouden de cijfers voor kanker, hart- en vaatziekten en diabetes ongetwijfeld een stuk lager liggen. En met die cijfers, de kosten van de publieke gezondheidszorg.

Bij deze dus deze nederige vraag aan de kookgoden, die sowieso nog een tijdje belangrijke beleidsbeïnvloeders en succesvolle marketeers van lekker eten zullen blijven: kunnen zij misschien een beetje rekening houden met de gezondheid van de Vlaming (en met die van onze planeet, terwijl we dan toch bezig zijn)? Wie is immers beter geplaatst om, vanuit de praktijk van de potten en de pannen en de geslepen messen, aan te tonen dat lekker en gezond écht kunnen samengaan?

Reacties

  1. In Nederland op TV (geweest):

    Jamie Oliver
    Carlo en Irene: Life 4 You
    Wie is de chef?
    Herman den Blijker
    Gordon Ramsey
    Cas Spijkers
    Joop Braakhekke
    Pierre Wind
    Nigella Bites
    Taste of Life
    Eet smakelijk op reis
    Top Chef
    Ik kom bij je eten
    Over de kook
    Smaken verschillen
    Masterchef
    What to eat now: Summer
    Nigella Feasts/Bites

    Allemaal stiekem gesponsord door de vleesindustrie.

    Verder allemaal woon- en tuinprogramma's waarbij men tot slot een BBQ heeft.
    Gezellig.....

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren