Doorgaan naar hoofdcontent

Milieu versus dierenwelzijn?

Honderd jaar geleden gaf een melkkoe 2500 liter melk per jaar. Door genetische selectie geven de dieren tegenwoordig 8000 liter per jaar, meer dan vier keer zoveel als 100 jaar geleden en drie tot vier keer zoveel als ze nodig zouden hebben om hun kalf te voeden.

Maar we zijn nog steeds niet tevreden. Er wordt intensief gezocht naar manieren om de melkproductie op te drijven. In tijden van milieuproblemen zijn we er immers bij gebaat om voedsel te produceren dat zo’n klein mogelijke impact heeft op het milieu. Een dier dat dus op een intensieve manier gehouden wordt (dus op stal waardoor de voedselopname geregeld kan worden en de mest en gasproductie meteen kan opgevangen en verwerkt worden) lijkt dus de beste oplossing. Op die manier kunnen ook veel meer dieren op een kleine oppervlakte gehouden worden.

Dat dit niet ten goede komt van het dierenwelzijn spreekt voor zich. De dieren zijn steeds minder of zelfs niet meer in staat om hun natuurlijke gedragingen te stellen en leven op kleine oppervlaktes in grote aantallen. Ze krijgen voer te eten dat niet aangepast is aan hun noden en krijgen ten gevolge van dit voer en de leefomstandigheden lichamelijke klachten die vaak zeer pijnlijk en van chronische aard zijn.

En daar bovenop komt dan nog eens onze honger naar meer. Dieren die in staat moeten zijn om meer eieren te leggen, meer melk te produceren, meer vlees aan te zetten in korte tijd zijn het slachtoffer van hun eigen succes.
Een melkkoe heeft ten gevolge van haar hoge melkproductie heel vaak last van gewrichtsontstekingen, botontkalking, chronische uierontstekingen, vruchtbaarheidsproblemen, klauwproblemen… Bijgevolg is de carrière van deze ‘topsporters’ maar van korte duur. Na gemiddeld vijf jaar is de koe letterlijk uitgemolken. Haar minderwaardig vlees is net nog goed genoeg om hamburgers van te maken. Ook de kalfjes die ze ter wereld gebracht heeft opdat ze melk zou blijven produceren, zijn een kort leven beschoren. De vrouwelijke kalfjes zullen hun moeders vervangen en de stiertjes worden nog even vetgemest en eindigen tenslotte als kalfsvlees. Echte melk zullen de kalfjes nooit gedronken hebben.

De landbouwdieren van vandaag de dag hebben nog maar weinig gemeenschappelijk met hun voorouders. Door genetische selectie werden die eigenschappen uitgeselecteerd die voor de mens interessant zijn. Wetenschappers zijn erin geslaagd om uit twee mannelijke muizen nakomelingen te verkrijgen. Ze menen dat de techniek kan worden gebruikt om de erfelijke eigenschappen van twee mannelijke landbouwhuisdieren te combineren, zonder tussenkomst van een vrouwelijk dier met andere eigenschappen (zie artikel). Hoe zal een Belgisch wit-blauw rund er dan gaan uitzien als het de genen van twee stieren mee gekregen heeft? De dieren bezwijken nu al onder hun enorme spiermassa.

In tijden van milieuproblemen en voedselproblemen hebben we er alle baat bij om voor producten te kiezen met een zo klein mogelijke belasting op de planeet. In plaats van nog meer te gaan eisen van dieren die nu al fysiek tot het uiterste gedreven worden, kunnen we ervoor kiezen meer plantaardige producten te consumeren. Het betekent niet alleen voor de dieren en het milieu een verademing maar het is bovendien goed voor onze eigen gezondheid.

Reacties

  1. Als de consument de boeren niet zo vreselijk zou uitmelken, zouden de boeren ook niet gedwongen! zijn om alsmaar groter te worden om te overleven. Bekijk en vergelijk de prijsstijgingen van melk, eieren, e.a. van de afgelopen 40 jaar eens met bijv. het (minimum)loon (veel boeren hebben een inkomen onder het bijstandsnivo, wist je dat?).
    Verbeter de wereld, begin bij jezelf.

    Laat zien dat je wat voor boerderijdieren overhebt door middel van handelen, niet alleen commentaar geven wat zovelen al voor je hebben gedaan en nog zullen doen!

    Wat vind je ervan? hèt goede voornemen voor 2011??!!!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Een veggie gevoel voor humor

"If I can't dance, I don't want your revolution" Het zijn de gevleugelde woorden van activiste, feministe, anarchiste Emma Goldman. Ze sprak ze tegen een collega-revolutionair, die haar gezegd had dat het niet ok was voor iemand als zij om zo te dansen. Persoonlijk heb ik niet zoveel met dansen, maar ik voel veel voor het sentiment achter bovenstaand citaat. Ik kan het best opnieuw zeggen met Goldmans eigen woorden: "I did not believe that a Cause which stood for a beautiful ideal (...) should demand the denial of life and joy." Dat geldt volgens mij voor alle sociale kwesties. Gelijk hoe erg en vreselijk de zaken zijn waartegen gevochten wordt ook zijn: humor, lachen, genot, vreugde moeten denk ik *altijd* deel uitmaken van de aanpak, moeten eigen zijn aan de mensen die verandering willen. Eigenlijk is het kinderlijk eenvoudig: wie grote verandering wil, moet grote groepen van mensen bereiken en voor zijn kar spannen. Daar zijn verschillende manieren