Doorgaan naar hoofdcontent

Paardenvlees

In Het Laatste Nieuws, De Morgen en VILT had men het afgelopen dagen even over paardenvlees. 'We moeten jongeren opnieuw paardenvlees leren eten', zo citeert VILT een mevrouw uit de paardenvleesverwerkingsindustrie (mooi woord he). Ik schreef mijn bedenkingen aan de kranten:

Paardenvlees?

Anne-Mie De Nil vindt dat we jongeren opnieuw paardenvlees moeten leren eten, zo stond er te lezen in Het Laatste Nieuws. Evident dat Mevrouw De Nil dat vindt, want ze runt een vleesbedrijf dat gespecialiseerd is in het verwerken van paardenvlees.

Vandaag proberen wereldwijd honderdduizenden mensen andere mensen duidelijk te maken dat we beter wat minder vlees kunnen eten. Ze halen daarbij heel goede argumenten aan: volksgezondheid, het milieu, dierenwelzijn, de hongerproblematiek, voedselveiligheid… Er zijn ook mensen, zoals Mevrouw De Nil, die het tegenovergestelde doen, en anderen willen overtuigen om juist méér vlees te eten. Ze hebben daar ook argumenten voor: smaak en winst maken.

Laat paardenvlees nu inderdaad net een van de vleessoorten zijn waar we – jammer genoeg voor mevrouw De Nil – niet zo warm voor te maken zijn. Wellicht omdat we een paard zien als een ‘edeler’ diersoort dan de kip, of zelfs de koe of het varken. België is overigens een van de weinige landen waar paard gegeten wordt (vaak onbewust trouwens: in frituursnacks blijkt het vaak op te duiken). Zelfs in de VS vindt men dat barbaars. De laatste paardenslachterij aldaar - tot onze schade en schande in voorwaar Belgische handen – is er onlangs gesloten.

Sorry voor uw handeltje, mevrouw De Nil, maar als mensen liever geen paardenvlees eten, dan stel ik voor dat we dat zo houden. We slachten hier jaarlijks al bijna 300 miljoen dieren, en het is echt niet nodig om daar nog een hoop paarden aan toe te voegen. Ik ben ervan overtuigd dat er andere en betere manieren zijn om uw boterham te verdienen. Zonder filet d’anvers.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Open brief aan Axl Peleman

Beste Axl, Lang geleden, in 2004, hebben wij nog samengewerkt: je toen nog vegetarische hoofd prijkte - inclusief konijnentandjes - op een affiche voor ons vegetarische evenement V-day. Je was toen de enige echt overtuigde veggie BV. En ik bedoel wel degelijk écht overtuigd: in Humo liet je ooit eens noteren dat je een broodje waar vlees op gelegen had net zo min zou aanraken als een broodje dat met stront in contact geweest was. Vlees is stront, zo zei je toen. Ook in het interview dat ik destijds van je afnam, kwam je heel overtuigd over. Ondertussen ben je al lang geen vegetariër meer. We lazen dat vorige week nog eens in de krant (GVA, 6/6/2011): Vegetarisch eten bleek er na 15 jaar te veel aan te zijn. Niet genoeg tijd. (...) "Vijftien jaar lang at ik geen vlees. Uit ideologische overwegingen. Maar sinds een jaar of zes heb ik het vegetarisme achter mij gelaten. Het is een gezonde levensstijl als je er veel tijd in steekt. Tijd die ik niet meer had, of er in ieder geval