Doorgaan naar hoofdcontent

Debat god, mens en dier

Deze week zat ik in Sint-Niklaas in een debat met als thema ‘God, mens en dier’, samen met Knack-journalist Joël de Ceulaer en wetenschapper/schrijver Gerard Bodifée. De Ceulaer is even notoir atheïst als Bodifée notoir christen is. Bedoeling was te kijken hoe religie de mens-dier verhouding beinvloedt – iets waar ik tien jaar geleden een deel van mijn thesis in de Vergelijkende Cultuurwetenschappen wijdde.  Ik was achteraf zeer hoopvol gestemd. Mijn input ging natuurlijk vooral over het dier-als-voedsel en wat we moeten doen om daar te komen: dieren doorgaans een redelijk ellendig en kort leven bezorgen, én ze moeten doden. Beiden zijn problematisch voor mij. De Ceulaer zei dat hij ervan overtuigd was dat – vooral door de rationaliteit van de mens – de evolutie naar meer dierenrechten en een uitbreiding van de kring van ethische consideratie onafwendbaar was. Hij voegde eraan toe dat er ongetwijfeld een tijd zou komen wanneer mensen, terugkijkend naar vandaag, niet zouden begrijpen wat ons bezielde,  en zich zouden afvragen hoe we op die manier over dieren konden denken.  Ik vroeg hem of hij geloofde wat Leonardo Da Vinci gezegd zou hebben (of in de mond gelegd wordt): dat er een tijd zou komen wanneer men de moord op een dier zou veroordelen zoals de moord op een mens. De Ceulaer achtte dat mogelijk, maar hij kon niet zeggen in welke richting het precies zou gaan.

Over het idee dat dieren goed behandeld moeten worden zijn de meeste intelligente en een beetje ethisch denkende mensen het in theorie eens, vandaag (wat ze eronder verstaan verschilt natuurlijk). Omdat daar eensgezindheid over was, had ik het vooral over het doden van dieren. Ik geloof dat wij in wezen als mens het goede willen doen. We voelen aan dat doden – ook het doden van dieren – niet ok is, en dat we daar goede redenen voor moeten hebben.  De andere sprekers waren het daarmee eens. Bodifée zei dat het doden van een mens vrijwel nooit gerechtvaardigd zou zijn, en het doden van dieren ook niet, en dat voeding of smaak geen voldoende redenen zijn om dieren te doden.
Helemaal op het einde kwam het interessantste stuk, naar aanleiding van een vraag uit het publiek. Iemand vroeg wat we zouden vinden van dieren die op een superethische wijze gekweekt zouden worden en op een pijnloze manier, zonder dat ze het wisten, aan hun einde zouden komen. De Ceulaer en Bodifée gingen akkoord en vonden dit goed. Ik antwoordde dat doden voor mij uiteraard niet ok was. Bodifée opperde dat het compleet pijnloos kon gebeuren en dat het dier het niet eens zou weten. Ik vroeg hem of het dan ook ok zou zijn om dat te doen met een mens.

‘Nee,’ zei hij, ‘want je knipt een leven af, en dat is niet goed.’ ‘

‘Precies,’ zei ik, ‘en dat is ook zo met dieren.’

‘Ja misschien,’ zei Bodifée, ‘maar doordat we ze eten krijgen ze tenminste nog een leven.’

Ik antwoordde dat het ook in het geval van mensen niet ok zou zijn om ze in leven te brengen om hen dan te gebruiken en eventueel te doden, maar daarop zei hij dat ik de denkfout maakte van “extreme situaties inroepen die toch nooit zouden voorkomen.’ En toen was het tijd om naar huis te gaan.

Alles bij mekaar was ik blij verrast door de openheid van mijn twee collega’s-panelleden. Er is hoop voor een plantaardige toekomst.

Reacties

  1. Eigenlijk maakt Bodifée een denkfout wat mij betreft. Ze krijgen ten minste nog een leven? Dat is an sich geen rechtvaardiging. Als ik mijn katten niet steriliseer en de katjes laat geboren worden en ze dan snel dood door ze dood te slaan bijvoorbeeld. Ze zouden waarschijnlijk weinig afzien. Zou dit dan beter zijn dan de kat te steriliseren zodat dit voorkomen wordt en ongewenste kittens niet geboren worden?

    Om dan nog maar te zwijgen over het feit dat hij spreekt over dieren die er niet zijn door te zeggen dat het beter zou zijn dat ze wel geboren zouden worden zodat ze dan snel en pijnloos gedood zouden kunnen worden. Als ze er niet zijn, kan je het ook niet erg vinden of er ethisch over discussiëren, want ze zijn er niet!

    Trouwens de kans dat dieren pijnloos kunnen gekweekt worden en gedood is heel klein. En zelfs als je dat doet, dan neem je nog altijd de toekomstige goede belevenissen af van dit dier door het te doden. Zelfs als zou het dier zich hier niet bewust van zijn, je neemt kansen van dit dier af. Dat kan je nog altijd als een ethisch probleem beschouwen.

    Een erg interessant artikel Tobias!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het is fijn te zien dat intelligente mensen een denkpatroon kweken wat pro dieren neigt, maar jammer genoeg zijn we er nog lang niet. Een discussie op de werkvloer deze week gaf me een heel ander beeld. Er is nog veel werk in het voordeel van dieren, maar we komen er wel.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

anonieme reacties worden niet gepubliceerd

Populaire posts van deze blog

Flexibel vegetariër zijn?

Ik wil iets zeggen waar vele rabiate vegetariërs en veganisten misschien het vliegend sch*#!t zullen aan hebben. Het gaat over flexibele vegetariërs. Ik schrijf bewust niet "flexitariërs", want deze laatste term heeft (jammer genoeg vind ik) de betekenis gekregen van "parttime vegetariër": iemand die pakweg 3 à 4 dagen per week veggie eet en andere dagen vlees. Nee, ik heb het over vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken. Da's moeilijk om te zeggen, want vegetariërs die af en toe uitzonderingen maken, dat zijn eigenlijk geen vegetariërs. En daarover gaat het. Als ik vroeger dergelijke bijna-vegetariërs (laat ons ze zo even noemen) tegenkwam, dacht ik altijd: hoe flauw, hoe inconsequent, hoe hypocriet. Ondertussen ben ik - terwijl ik zelf nog steeds een min of meer uitzonderingsloze veganist ben, daar niet van - van mening veranderd. Ja, ik stoor me zelfs een beetje aan de ("echte") vegetariërs die er altijd als de kippen bij zijn om van die bi

Brief aan de omnivore medemens

Vegetariërs zijn ook maar mensen, en mensen willen begrijpen en begrepen worden. Vandaar deze poging om een en ander uitgelegd te krijgen aan niet-vegetariërs. Liefste omnivore medemens, Wij vegetariërs (eigenlijk moet ik voor mezelf spreken, maar goed) kunnen u al eens op de zenuwen werken. We storen u met onze preken, we eten niet altijd op wat u ons voorschotelt, we doen lastig als we samen op restaurant willen, we vertragen alles doordat we verpakkingen willen nalezen, we reageren soms sociaal onaangepast en we doen u af en toe misschien zelfs schuldig voelen. Weet, beste medemens, dat het vegetariër-zijn in een carnivore wereld ons niet altijd even makkelijk valt en sta me toe u een kleine inkijk te geven in het hoofd van tenminste één veggie. Jawel, het vegetarische leven is niet altijd simpel. O nee, ik heb het niet over die duizenden keren dat we dezelfde vragen moeten beantwoorden (wat eet jij eigenlijk? waar haal je je eiwitten vandaan?), over dat lezen van die verpakking

Open brief aan Axl Peleman

Beste Axl, Lang geleden, in 2004, hebben wij nog samengewerkt: je toen nog vegetarische hoofd prijkte - inclusief konijnentandjes - op een affiche voor ons vegetarische evenement V-day. Je was toen de enige echt overtuigde veggie BV. En ik bedoel wel degelijk écht overtuigd: in Humo liet je ooit eens noteren dat je een broodje waar vlees op gelegen had net zo min zou aanraken als een broodje dat met stront in contact geweest was. Vlees is stront, zo zei je toen. Ook in het interview dat ik destijds van je afnam, kwam je heel overtuigd over. Ondertussen ben je al lang geen vegetariër meer. We lazen dat vorige week nog eens in de krant (GVA, 6/6/2011): Vegetarisch eten bleek er na 15 jaar te veel aan te zijn. Niet genoeg tijd. (...) "Vijftien jaar lang at ik geen vlees. Uit ideologische overwegingen. Maar sinds een jaar of zes heb ik het vegetarisme achter mij gelaten. Het is een gezonde levensstijl als je er veel tijd in steekt. Tijd die ik niet meer had, of er in ieder geval